Aansprakelijkheid bij ritsen in de praktijk

Traffic jam in flooded highway cause rain

Aansprakelijkheid bij ritsen in de praktijk

Artikel 12bis Wegcode houdt een nieuwe verplichting tot ritsen in het geval dat het verder rijden op een rijstrook wordt verhinderd. Maar hoe verloopt dit nu in de praktijk?

Het uitvoeren van een manoeuvre maakt een bestuurder principieel voorrangsplichtig opzichtens het overige wegverkeer (artikel 12.4 Wegcode). Het van rijstrook of file veranderen wordt nadrukkelijk als een manoeuvre beschouwd dat aanleiding geeft tot het naleven van dergelijke voorrangsplicht.

Artikel 12bis Wegcode stelt op deze algemene regeling een uitzondering, nl. dat wanneer bij sterk vertraagd verkeer het rijden op een rijstrook wordt verhinderd, de invoegende bestuurder vlak vóór de versmalling beurtelings voorrang geniet op de bestuurders die rijden op de vrije rijstrook.

Deze uitzondering op de algemene regel zoals neergelegd in artikel 12.4 Wegcode zou een bevorderende oplossing moeten bieden om het fileleed enigszins te verzachten, doch blijkt in de praktijk te stuiten op een aantal juridische struikelblokken.

De zgn. ‘voorrang van doorgang’ is immers aan strikte voorwaarden onderworpen die in geval van een aanrijding ook cumulatief moeten worden aangetoond door diegene die zich op deze voorrang meent te kunnen beroepen.

Met andere woorden, wie zich op deze voorrang wenst te beroepen, draagt ook de bewijslast dat:

(1) het verkeer sterk vertraagd was;

(2) er ten minste één rijstrook onttrokken werd aan het verkeer;

(3) er vlak vóór de wegversmalling werd ingevoegd én

(4) dat beurtelings voorrang werd verleend.

Het bewijs van de invulling van deze vier cumulatieve voorwaarden, inzonderheid het beurtelings voorrang verlenen, blijkt in de praktijk bij een eenvoudig schadegeval veelal onoverkomelijk en zal bij gebreke aan een ondubbelzinnige ongevalsaangifte of sluitende getuigenverklaring nagenoeg niet te leveren zijn.

Nefast gevolg hiervan is dat de uitgevoerde rijbeweging juridisch gezien (nog steeds) als een manoeuvre zal worden aangemerkt, waarbij er zich een voorrangsplicht opdringt.

De vraag rijst dan ook of de praktische invulling van het in artikel 12bis Wegcode neergelegde voorrangsrecht het vooropgestelde doel niet enigszins voorbijschiet.

De boodschap lijkt alleszins om in geval van een aanrijding bij het ritsen zich voldoende te voorzien van bewijskrachtige overtuigingsstukken die het voorrangsrecht ondersteunen.

– Laurens Guinée