GAS-wetgeving strijdig met de Grondwet

artikel MB

GAS-wetgeving strijdig met de Grondwet

Volgens een recent arrest van het Grondwettelijk Hof schendt de GAS-wet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Personen die zich in gelijke situaties bevinden mogen immers niet verschillend behandeld worden, tenzij een verschil in behandeling berust op een objectief criterium en redelijk verantwoord is.

Gemeenten hebben sinds 2013 de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden een aantal verkeersinbreuken te beteugelen via een administratieve procedure, eerder dan via de klassieke strafrechtelijke procedure. In dergelijk geval is het niet langer de Politie of het Openbaar Ministerie die een geldboete invordert, maar is het de gemeente die een zgn. ‘GAS-boete’ int.

Het betreft overtredingen met betrekking tot het stilstaan en parkeren, en het negeren van verkeersborden C3 (verboden toegang in beide richtingen) en F103 (voetgangerszone).

De overtreder ontvangt een GAS-boete, waarna hij over een termijn van dertig dagen beschikt om hetzij de boete te betalen, hetzij een bezwaar in te dienen. Indien het bezwaar wordt afgewezen, kan de overtreder beroep aantekenen bij de Politierechtbank.

“De Politierechtbank kan de beslissing van de sanctionerend ambtenaar in graad van beroep enkel bevestigen of vernietigen, maar beschikt lang niet over alle mogelijkheden om een straf ook te individualiseren, zoals hij bijvoorbeeld in een strafrechtelijke procedure wél kan.” verduidelijkt Mr. Laurens Guinée aan Het Laatste Nieuws.

In tegenstelling tot een persoon die strafrechtelijk vervolgd wordt voor de Politierechtbank, kan een persoon die voor de Politierechtbank opkomt tegen een administratieve sanctie geen uitstel of het voordeel van de opschorting van uitspraak genieten. Tevens kan een sanctionerend GAS-ambtenaar ook geen uitstel verlenen voor boetes die hij of zij oplegt.

Wie dus voor dezelfde feiten strafrechtelijk vervolgd wordt kan mogelijks uitstel verkrijgen en moet slechts een gedeelte van de geldboete betalen of kan zelfs opschorting van de uitspraak verkrijgen, waarna er geen boete meer zal volgen.
Deze mogelijkheid heeft de Politierechter echter niet voor een beroep tegen een GAS-boete, voor dezelfde verkeersinbreuk.

Het Grondwettelijk Hof boog zich inmiddels over deze kwestie en oordeelde in haar arrest van 23 april 2020 dat de huidige regeling inderdaad discrimineert en bijgevolg strijdig is met de Grondwet.

“Terecht”, aldus Mr. Guinée, “Er moet in principe steeds een zeker parallellisme bestaan tussen de maatregelen om een sanctie te individualiseren. Ook voor administratieve boetes moet een uitstel kunnen worden verleend.”

De specifieke bepalingen van de Wet van 24 juni 2013 (GAS-Wet) zijn niet in overeenstemming met de Grondwet voor zover zij een sanctionerend ambtenaar of, in beroep, een Politierechter niet de mogelijkheid bieden om het voordeel van uitstel of opschorting toe te kennen aan de overtreder.

Hoewel het Grondwettelijk Hof er meteen aan toevoegt dat de ongrondwettigheid niet automatisch tot gevolg heeft dat de huidige regeling niet meer zou kunnen worden toegepast, houdt het arrest alleszins wel een zeer duidelijk opdracht voor de wetgever in.

Bekijk onderstaande link om meer te lezen:

https://www.hln.be/nieuws/binnenland/grondwettelijk-hof-levert-munitie-om-gas-boetes-aan-te-vechten~a9f621e2/

Mr. Laurens GUINEE
Mr. Charlotte MARIVOET

25 mei 2020