Het alcoholslot in de praktijk: van uitzondering naar regel

Hand of the driver of the car

Het alcoholslot in de praktijk: van uitzondering naar regel

De wet van 8 maart 2018 ter verbetering van de verkeersveiligheid werd ingevoerd met als hoofddoel het verminderen van het aantal (dodelijke) verkeersslachtoffers. Om deze doelstelling te bereiken werden een heel aantal wijzigingen doorgevoerd, waaronder de verlengde verjaringstermijn en strengere sancties voor de zwaarste verkeersmisdrijven.

Eén van de meest ingrijpende, en in de praktijk meest voelbare maatregels betreft de regeling inzake het alcoholslot. Ondanks dat het alcoholslot reeds sinds 2009 bestaat, werd het tot vóór de wetswijzing beschouwd als een laatste redmiddel voor een rechter om zeer ernstige gevallen te gaan bestraffen. Rechters waren alsdan niet verplicht om de sanctie uit te spreken en stonden er zeer terughoudend tegenover om dergelijke (financieel) ingrijpende maatregel op te leggen.

Zo werden er tussen 2012 en 2018 slechts een 50-tal bestuurders bestraft met een alcoholslot.

De wetgever heeft het dan ook noodzakelijk geacht om hier drastisch in te grijpen.

Zo zullen alcoholmisbruikers en recidivisten voor feiten vanaf 1 juli 2018 geconfronteerd worden met een rechter, van wie de beoordelingsvrijheid beknot is geworden.

T.a.v. alle personen die achter het stuur kruipen met een alcoholpercentage van 0,78 mg/UAL (ofte 1,8 promille) zal de rechter thans in principe verplicht zijn om een alcoholslot op te leggen en dit voor een duur van minimum 1 jaar.

Het alcoholslot wordt derhalve de regel, waar dit vroeger de uitzondering betrof.

Wel kan door voormelde bestuurders nog steeds verzocht worden aan de rechter om uitzonderlijk geen alcoholslot op te leggen. De rechter zal dan in zijn of haar vonnis uitdrukkelijk gaan moeten motiveren om welke specifieke reden het niet nodig wordt geacht om de beveiligingsmaatregel op te leggen.

De eerste vonnissen m.b.t. de nieuwe wetgeving werden geveld in 2019. Na één jaar van rechtspraak dient alleszins te worden besloten dat de rechtbank slechts in zeer uitzonderlijke gevallen overtuigd kan worden om de dure maatregel niet op te leggen. In de zaken waarin Bannister Advocaten de betrokken bestuurders bijstond werden hoofdzakelijk volgende argumenten wel als gunstig bevonden door de rechtbank :

– Een blanco strafblad
– Geen voorgaanden inzake alcohol
– Geen afhankelijkheid van alcohol (door bv. het voorleggen van bloedresultaten)
– Specifieke werkomstandigheden
– Financiële impact
– Een medisch examen als vervangende maatregel

Bovenstaande argumentatie zal echter in dovemans oren vallen wanneer men zich als recidivist dient te verantwoorden. Zo bepaalt de nieuwe wet dat wanneer iemand zich in minder dan 3 jaar tijd tweemaal dient te verantwoorden voor een intoxicatie vanaf 0,5 mg/UAL (1,15 promille) verplicht een alcoholslot dient te installeren. De rechter kan op dat moment immers niet meer in een uitzondering voorzien. Tevens wordt dit gekoppeld aan een rijverbod van minimum 3 maanden en 4 herstelexamens.

Het enige verweer dat op dat moment nog gevoerd zal kunnen worden is om de maatregel te beperken tot een bepaalde categorie van voertuigen. Zo kan een buschauffeur of vrachtwagenchauffeur bv. nog verzoeken dat het slot enkel in het persoonlijk voertuig dient te worden geïnstalleerd. Op die manier kunnen de betrokken personen hun werkzaamheden verder blijven uitoefenen.

De praktische uitvoering van de maatregel is ongewijzigd gebleven. Men mag vanzelfsprekend enkel een voertuig besturen waarin het slot is geïnstalleerd, doch zijn er ook een heel aantal formaliteiten die men dient na te lezen zoals o.m. het volgen van een omkaderingsprogramma.

Hetgeen de overtreders echter het meeste afschrikt betreft de duurtijd en het kostenplaatje dat ermee gepaard gaat.

De minimum termijn betreft immers 1 jaar, hetgeen in zijn totaliteit neerkomt op ca. € 3.500,00 (op jaarbasis).

Om hieraan nog enigszins tegemoet te komen kan de rechter wel oordelen dat de kosten van het alcoholslot in mindering gebracht mogen worden van de geldboete. Praktisch gezien komt dit er wel nog op neer dat de overtreder (minstens) € 3.500,00 zal moeten ophoesten, een bedrag dat kennelijk hoger ligt dan de vroegere bestraffingen.

Voor diegenen die zich hiermee niet kunnen verzoenen zal enkel nog het alternatief resten om gedurende de vooropgestelde periode die het rijbewijs vrijwillig in te leveren op de griffie.

Het hoeft dan bijgevolg geen betoog dat t.a.v. bijzonder veel bestuurders, die vroeger eerder licht bestraft werden, (terecht) zeer streng wordt opgetreden. Het is thans afwachten voor de cijfers van 2020 om te verifiëren of de wetgever ook effectief de doelstelling kan behalen, m.n. een halvering is van het aantal dodelijke slachtoffers.

Mr. Thomas MACHTELINCKX

27 februari 2020