Het bevel tot betalen als instrument voor een snellere verkeershandhaving: wat nu?

Sad Woman Reading Document

Het bevel tot betalen als instrument voor een snellere verkeershandhaving: wat nu?

Wat houdt het “bevel tot betalen” precies in?

Al decennia lang wordt er gestreefd naar een snellere afhandeling van bepaalde verkeersovertredingen. Dit kwam enkele jaren geleden tot uiting door de creatie van het “bevel tot betalen” in het verkeersstrafrecht.

Een bevel tot betalen wordt doorgaans voorafgegaan door een minnelijke schikking en daarvóór een onmiddellijke inning (i.e. de standaard verkeersboete die men eerst ontvangt). Het Parket kan uiteindelijk een bevel tot betalen richten aan personen die deze voorafgaande boete niet, niet tijdig of niet volledig betaalden.

Het bevel tot betalen vormt dus de laatste stap in een sneller handhavingsmechanisme dat het Parket kan aanwenden om een bepaalde verkeersovertreding -zonder de tussenkomst van een Politierechter- gesanctioneerd te zien.

Wanneer u geconfronteerd wordt met een bevel tot betalen, beschikt u over een termijn van 30 dagen na ontvangst ervan om tot betaling van het gevorderd bedrag over te gaan. Deze termijn begint te lopen vanaf de 11e werkdag die volgt op de datum vermeld in het bevel tot betalen.

Van zodra deze termijn verstrijkt, kan het bevel tot betalen gedwongen worden uitgevoerd, hetgeen inhoudt dat er tot beloop van het gevorderd bedrag op uw goederen zelfs beslag zou kunnen worden gelegd.

De enige manier om te voorkomen dat het bevel tot betalen uitvoerbaar wordt, is door het instellen van een hoger beroep bij de Politierechtbank.

Beoordelingsbevoegdheid van de Politierechter in geval van een beroep tegen het bevel tot betalen

Het bevel tot betalen is geen eigenlijke “strafprocedure” in de zuivere betekenis van het woord maar veeleer een soort “bezwaarprocedure”. Daarom heeft de Politierechter een veel beperktere beoordelingsbevoegdheid in geval van een beroep tegen bevel tot betalen dan in geval van een gewone strafprocedure, waarin hij over de mogelijkheid beschikt om bv. een rijverbod, een alcoholslot, en een of meerdere herstelexamens en/of -proeven op te leggen.

De Politierechter die zich over een beroep tegen bevel tot betalen moet uitspreken, kan conform de huidige wetgeving en rechtspraak slechts beslissen:

  • hetzij dat het beroep niet geldig werd ingesteld (bv. door het niet naleven van de wettelijke tijd- en/of vormvereisten), waardoor het bevel tot betalen definitief en uitvoerbaar wordt;
  • hetzij dat het beroep wel geldig werd ingesteld, maar dat hij de erin aangehaalde argumenten niet overtuigend vindt en het beroep dus ongegrond verklaart. Dit leidt er eveneens toe dat het bevel definitief en uitvoerbaar wordt;
  • hetzij dat het beroep geldig werd ingesteld en dat de erin aangehaalde argumenten wel overtuigend en terecht zijn, waardoor hij het beroep gegrond verklaart. In dat geval wordt het bevel tot betalen kwijtgescholden en houdt het op te bestaan.

Opgelet, het Parket behoudt in dat laatste geval in principe de mogelijkheid om u alsnog te dagvaarden voor de verkeersinbreuk die aan het bevel tot betalen ten grondslag lag.

NB: Een “reparatiewet” zou in de maak zijn, waarbij de Politierechter evenwel over de volledige bevoegdheid zal beschikken om enerzijds straffen op te leggen wanneer de feiten bewezen worden geacht en anderzijds om de vrijspraak te verlenen bij twijfel of onvoldoende bewijzen….To be continued.

Voorbeeld uit onze praktijk

De heer S. werd ervan beticht op 2 oktober 2018 gebruik te hebben gemaakt van een gsm achter het stuur. Op 24 oktober 2018 ontving hij hiervoor de onmiddellijke inning ten bedrage van € 116,00. Hij betwistte de feiten echter van begin af aan en volhardde steeds in zijn onschuld. Zijn betwisting werd echter niet aanvaard en op 2 januari 2019 ontving hij een minnelijke schikking ten bedrage van € 160,00, die hij steevast weigerde te betalen. Uiteindelijk ontving hij op 25 februari 2021 een bevel tot betalen ten bedrage van € 216,00, waarna hij noodgedwongen beroep diende in te stellen bij de Politierechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen.

Tijdens de zitting liet hij zich bijstaan door één van onze gespecialiseerde advocaten, meester Hans Leyssen, die na analyse van het dossier en meer specifiek de door de politiediensten en het Parket gestelde handelingen had opgemerkt dat de vermeende feiten van 2 oktober 2018 ten tijde van het uitvaardigen van het bevel tot betalen op 25 februari 2021 reeds waren verjaard.

In zijn vonnis van 31 augustus 2021 verklaarde de Politierechter het beroep van de heer S. daarom terecht gegrond. Verjaarde feiten kunnen immers niet de grondslag vormen van enige strafrechtelijke sanctie en dus ook niet van een uitvoerbaar bevel tot betalen.

Heeft u vragen in verband met een ontvangen proces-verbaal, een onmiddellijke inning, een minnelijke schikking of een bevel tot betalen? Gelet op de strenge termijn- en vormregels die doorgaans in dergelijke situaties aan de orde zijn, doet u er goed aan om zo spoedig mogelijk contact op te nemen met één van onze gespecialiseerde advocaten. Wij zijn telefonisch bereikbaar op het nummer + 32 3 369 28 10 of op het e-mailadres info@mijnboete.be.