De elektrische (deel)step: Geen pret verzekerd?

blogbericht-elektrische-steppen-1

Sinds de elektrische deelstep in 2017 haar intrede maakte in de Verenigde Staten, groeide de populariteit van dit vervoersmiddel ook in de Europese grootsteden gestaag uit als handig, snel en milieuvriendelijk alternatief voor ‘Koning Auto’.

Zo worden er vandaag de dag in Antwerpen alleen 2.250 exemplaren ter beschikking gesteld door bedrijven als BIRD, TROTY en POPPY; Dit uiteraard bovenop het aantal steps dat door de particuliere pendelaars zelf aangekocht en in het verkeer gebracht werd.

Hoewel deze trend zowel op vlak van mobiliteitsoptimalisatie als vanuit ecologisch standpunt uiteraard enkel toegejuicht kan worden, is er echter ook een donkere keerzijde van de medaille.

De enorme toestroom zorgt immers steeds vaker voor chaos en overlast in de binnensteden. Zo worden de steps te pas en te onpas achtergelaten op voet- en fietspaden, alwaar zij een gevaarlijke hindernis vormen voor de overige weggebruikers.

Bovendien raken de rijtuigen meer en meer betrokken in ernstige verkeersongevallen, mede omwille van het feit dat de hedendaagse weginfrastructuur en regelgeving nog niet aangepast is aan de komst van het nieuwe vervoersmiddel. Zo viel er onlangs in Brussel zelfs een eerste dodelijk slachtoffer te betreuren, na een valpartij aan hoge snelheid met een elektrische step.

blogbericht-elektrische-steppen-2

De vraag naar de invoering van bijkomende en specifieke bepalingen in de Wegcode omtrent het gebruik van elektrische steps, oftewel de e-steps, en hun plaats in het verkeer klinkt dan ook alsmaar luider.

Tevens heerst er nog veel onduidelijkheid over het verzekeringsrechtelijke statuut van de step, en is het bijgevolg interessant om het wettelijke verzekeringskader eens van nabij te bekijken.

Luidens artikel 2 van de wet van 21 november 1989 (kortweg de WAM-wet[1]) geldt het algemeen principe dat enig motorrijtuig slechts toegelaten mag worden tot het verkeer op de openbare weg en op de terreinen die toegankelijk zijn voor het publiek, indien de burgerrechtelijke aansprakelijkheid ervan gedekt is.

In artikel 1 van voormelde wet wordt een definitie gegeven van het begrip “motorrijtuig”:

“Motorrijtuigen zijn rij- of voertuigen bestemd om zich over de grond te bewegen en die door een mechanische kracht kunnen worden gedreven, …”.

De uitdrukking “mechanische kracht” heeft zowel betrekking op de energie geproduceerd door een motor als op de energie die wordt verkregen via enig ander mechanisch middel. Spierkracht wordt hier logischerwijze niet onder verstaan.

Aangezien de e-step aangedreven wordt door een accu, geen bijkomende trapondersteuning behoeft en aldus een autonoom functionerend vervoersmiddel betreft, valt de e-step in beginsel onder de definitie van motorrijtuig, en lijkt de wettelijke verzekeringsplicht op het eerste zicht dus van toepassing te zijn.

Echter voorziet artikel 2bis WAM-wet in een uitzondering voor alle motorrijtuigen die door de mechanische kracht 25 km/uur niet overschrijden en die niet aanzien worden als een bromfiets klasse A.[2]

De e-step wordt door de wetgever niet aanzien als een bromfiets klasse A maar daarentegen als een ‘gemotoriseerd voortbewegingstoestel’, waarvoor geen inschrijvings- of verzekeringsplicht geldt.[3]

Middels een recente wetswijziging vanaf 31 mei 2019 verhoogde de Belgische wetgever de bepaalde maximumsnelheid voor zulke gemotoriseerde voortbewegingstoestellen daarenboven van 18 km/uur naar 25 km/uur, zodat op heden vrijwel alle soorten e-steps zonder verzekeringsplicht de openbare weg op kunnen.

Met een e-step die snelheden boven de 25 km/uur haalt, mag u tot op heden simpelweg de openbare weg niet op.

Indien de bestuurder van een e-step – in analogie met een bestuurder van een elektrische fiets met trapondersteuning of met een maximale snelheid van 25 km/uur- een ongeval veroorzaakt, zal het slachtoffer bijgevolg de (niet-verplichte) familiale verzekeraar van de bestuurder dienen aan te spreken tot vergoeding van zijn of haar geleden schade. Bij gebreke aan een familiale verzekering, zal de bestuurder de schadevergoeding uit eigen zak dienen te betalen.

Het voorgaande kan echter zeer problematische situaties creëren, bijvoorbeeld in het geval dat de aansprakelijke bestuurder insolvabel blijkt of na het ongeval de vlucht neemt en onbekend blijft.

In dat geval zal het slachtoffer vaak onvergoed blijven, aangezien hij of zij dan evenmin kan aankloppen bij het Gemeenschappelijk Waarborgfonds, dat enkel tussenkomst verleent bij een schadegeval met een verzekeringsplichtig motorrijtuig in het kader van de WAM-wet…

LET OP:

Het hierboven geschetste wettelijke kader betreft de verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid, m.a.w. voor de schade die men bij een ongeval in fout veroorzaakt aan derden.

Voor de eventuele eigen lichamelijke of materiële schade die men als bestuurder van een e-step gebeurlijk lijdt bij een ongeval, zal noch de WAM-verzekeraar, noch de familiale verzekeraar tussenkomst verlenen. Hiervoor dient desgevallend een aparte ongevallenverzekering afgesloten te worden.

Meerdere verzekeraars bieden vandaag de dag ook al expliciet pakketten aan voor gebruikers van steps, segways en elektrische eenwielers.

Conclusie: Benadeelden blijven mogelijk in de kou

Teneinde het gebruik van innoverende vervoersmiddelen als de e-step en e-bike ten volle te  stimuleren, en alzo bij te dragen aan het verkleinen van de files en het verminderen van de luchtvervuiling, heeft de wetgever bewust willen voorzien in een soepel en laagdrempelig regime m.b.t. de inverkeerstelling van dergelijke rijtuigen.

Hoewel de wetgever ongetwijfeld goede bedoelingen had bij de versoepeling van het wettelijke kader hieromtrent, heeft de wetswijziging van 31 mei 2019 het ironische en jammerlijke gevolg dat met name de zwakke weggebruiker minder bescherming en zekerheid geniet ten aanzien van al te roekeloze, onachtzame of simpelweg onervaren bestuurders van de elektrische (deel)steps in kwestie.

Immers wordt er vandaag voorzien in een incoherent wettelijk kader, waarbij een onschuldig slachtoffer van een aanrijding met een klassieke, lichte bromfiets diens verplichte verzekeraar kan aanspreken voor een integrale schadevergoeding, daar waar een slachtoffer van een ongeval met een e-step of (naar analogie) e-bike dit op heden niet kan en mogelijk in de kou zal blijven staan.

Nochtans halen zulke ‘groene’ vervoersmiddelen even hoge of zelfs hogere snelheden als de traditionele bromfiets, wat maakt dat er allesbehalve een verschil aan impactrisico bestaat tussen beide soorten rijtuigen.

Een ongeval met een elektrisch rijtuig kan evenzeer dramatische gevolgen hebben met een ernstige of zelfs dodelijke afloop, hetgeen de zeer recente geschiedenis helaas al heeft aangetoond.

Het wezenlijke verzekeringsrechtelijke verschil tussen de traditionele ‘motorrijtuigen’ en de alternatieve vervoersmiddelen als de e-step of e-bike, zal ons inziens dan ook almaar moeilijker te verantwoorden blijken.

[1] Wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen

[2] Artikel 2bis lid 2 WAM-wet juncto artikel 2.17 lid 1 van het koninklijk besluit van 1 december 1975.

[3] Artikel 2.15 lid 2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975.

 

 

Laurens Guinee en Robbe Putseys