Stilzitten verzekeringsmaatschappij geeft aanleiding tot fikse geldboete

Depositphotos_279775914_l-2015

Stilzitten verzekeringsmaatschappij geeft aanleiding tot fikse geldboete

De werking van de Vierde Richtlijn

Richtlijn 2000/26/EG van het Europese Parlement en de Raad van 16 mei 2000, oftewel de Vierde Richtlijn motorrijtuigenverzekering heeft als achterliggende gedachte om te voorzien in een snelle afwikkeling van de vordering tot schadevergoeding van een benadeelde van een verkeersongeval.

Verzekeringsmaatschappijen hebben immers de plicht om te zorgen voor een vlotte en snelle behandeling van dossiers inzake verkeersongevallen zodanig dat de benadeelden en slachtoffers niet te lang in de kou blijven staan.

Ons land heeft deze Europese Richtlijn omgezet naar Belgisch recht in de artikelen 12 t.e.m. 19 van de WAM-wet. Om ervoor te zorgen dat verzekeringsmaatschappijen met de nodige snelheid hun dossiers behandelen, is er door onze nationale wetgever voorzien in passende financiële sancties voor talmende schaderegelaars.

Verzekeringsmaatschappijen krijgen krachtens artikel 14 §1 WAM-wet drie maanden de tijd om – na indiening van een verzoek tot schadevergoeding vanwege een benadeelde – een met redenen omkleed antwoord te verstrekken, d.w.z. standpunt in te nemen omtrent de aansprakelijkheid van hun verzekerde in het specifieke schadegeval.

Bij het afwijzen van de aansprakelijkheid dienen schaderegelaars aldus uit te leggen waarom zij menen niet tot vergoeding te moeten overgaan.

Wat nu wanneer een verzekeringsmaatschappij dit niet doet? Dan voorziet de WAM-wet duidelijke sancties. Artikel 14 van voormelde wet bestraft de ontstentenis van een met redenen omkleed antwoord met een forfaitair bedrag van 250,00 euro per dag.

Wanneer een schaderegelaar aldus binnen de drie maanden niet reageert óf wel reageert doch het betreft geen met redenen omkleed antwoord zoals de wet vereist, dan moeten zij per dag dat er geen dergelijk antwoord volgt een dwangsom van 250 euro betalen. Deze vergoeding komt uiteraard toe aan de benadeelde persoon in het betreffende dossier.

Deze dwangsom blijft lopen tot en met de dag dat een gemotiveerd antwoord volgt en zij dus standpunt innemen, dan wel tot op de dag dat de schaderegelaar een gemotiveerd voorstel tot schadevergoeding formuleert.

Forse schadevergoeding verkregen in twee dossiers 

In twee recente dossiers behaalden wij voor onze cliënten telkens een omvangrijke schadevergoeding, door schaderegelaars gemotiveerd in gebreke te stellen conform de Vierde Richtlijn.

In een dossier van Mr. Thomas Machtelinckx nam een verzekeringsmaatschappij, ondanks verschillende aanmaningen, maar liefst gedurende 61 dagen geen standpunt in. De dwangsom van 250 euro/dag bleef dan ook oplopen gedurende deze 61 dagen tot een bedrag van 15.250 euro.

Mr. Machtelinckx schreef de schaderegelaar kordaat aan en wees nadrukkelijk op de dwingende regelgeving. Wegens zijn gemotiveerde ingebrekestelling ontving onze cliënt een betaling van de volledige som van 15.250 euro.

In een ander dossier, ditmaal van Mr. Tahnee De Smet, liet de schaderegelaar de termijn van de dwangsom gedurende 89 dagen lopen, hetgeen leidde tot een omvangrijk bedrag van 22.250 euro.

Mr. De Smet volgde dit dossier op de voet op en bleef op gemotiveerde wijze de schaderegelaar aanschrijven. Zij behaalde hierin een zeer succesvol resultaat, m.n. de volledige betaling van de dwangsom van 22.250 euro.

De Vierde Richtlijn bestaat erin schaderegelaars en verzekeringsmaatschappijen tot verantwoordelijkheid op te roepen en hen onder een passende sanctie te dwingen om dossiers correct en tijdig af te handelen.

Heeft u vragen over deze regelgeving? Aarzel dan niet om ons te contacteren. Wij zijn groot voorstander van de geest van deze wet en trekken dan ook graag ten strijde voor onze cliënten om hun schaderegelaars op hun verantwoordelijkheid te wijzen, met zeer mooie behaalde resultaten tot gevolg.

Mr. Charlotte MARIVOET

24 maart 2020