Vrijspraak na dagvaarding voor rijden spijts verval

zonderpapieren

De heer Z.K. diende zich op 28 oktober 2019 te verantwoorden voor de Politierechtbank te Leuven voor een inbreuk op artikel 48 §1 1° Wegverkeerswet, zijnde het rijden spijts verval, beweerdelijk begaan op 4 december 2018.

Artikel 48 §1 Wegverkeerswet:

“Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met geldboete van 500 euro tot 2 0      00 euro of met een van die straffen alleen en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang, wordt gestraft, hij die:

1° een voertuig of een luchtschip bestuurt, een rijdier geleidt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, spijts het tegen hem uitgesproken verval;

2° een motorvoertuig bestuurt van de categorie bedoeld in de beslissing van vervallenverklaring of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, zonder het voorgeschreven onderzoek met goed gevolg te hebben ondergaan.”

De heer Z.K. werd voor eerdere feiten door de Politierechtbank op 22 augustus 2017 immers bij verstek veroordeeld tot een effectief rijverbod van 6 maanden, hetgeen aan hem betekend werd op 16 oktober 2018 en volgens het Parket aldus uitwerking kreeg vanaf 23 oktober 2018.

Het Openbaar Ministerie vorderde ter zitting een zeer strenge bestraffing, waaronder onder meer een verbeurdverklaring van het voertuig waarmee de feiten zich voordeden.

De Rechtbank volgde deze visie integraal, en sprak de heer Z.K. vrij voor de tenlastelegging in kwestie.

Advocaten Robbe PUTSEYS en Laurens GUINÉE van VLVM Advocaten bekwamen evenwel de integrale vrijspraak.

Tegen voormeld verstekvonnis werd op 10 oktober 2018 immers verzet aangetekend, hetgeen later bij vonnis van 13 februari 2019 ontvankelijk en deels gegrond verklaard werd.

Op basis van geldende cassatierechtspraak dienaangaande argumenteerde Meester PUTSEYS bijgevolg ter zitting dat het initiële verstekvonnis van 22 augustus 2017 haar kracht van gewijsde retroactief verloren was vanaf 10 oktober 2018, en er op 4 december 2018 dan ook geen sprake kon zijn van een inbreuk op artikel 48 Wegverkeerswet.

De Rechtbank volgde deze visie integraal, en sprak de heer Z.K. vrij voor de tenlastelegging in kwestie.

Ook de eigenaar van het voertuig waarmee de heer Z.K. op 4 december 2018 tegengehouden werd, werd om voormelde redenen vrijgesproken voor het toevertrouwen van diens voertuig (cf. artikel 49 Wegverkeerswet).

Om reden van de vrijspraak kon er uiteraard evenmin sprake zijn van een verbeurdverklaring van het voertuig.

 

– Robbe PUTSEYS