Vrijspraak voor leasingmaatschappij

Depositphotos_167033096_l-2015

Vrijspraak voor leasingmaatschappij

Op 23 juni ll. moest een leasingmaatschappij zich verantwoorden voor de Politierechtbank te Vilvoorde voor het niet meedelen van de identiteit van de bestuurder oftewel een inbreuk op artikel 67ter Wegverkeerswet:

“Wanneer een overtreding van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een rechtspersoon, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd werd, zijn de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigt, ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder op het ogenblik van de feiten mee te delen of, indien zij die niet kennen, de identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor het voertuig, behalve wanneer zij diefstal, fraude of overmacht kunnen bewijzen.

De mededeling moet gebeuren binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen vanaf de datum waarop de vraag om inlichtingen werd verstuurd. De Koning kan de formaliteiten bepalen die gevolgd dienen te worden bij de overmaking van de identiteit.”

Dit artikel verplicht rechtspersonen de identiteit en gegevens mee te delen van de bestuurder van hun voertuig op het ogenblik van de begane overtreding, zodanig dat het Openbaar Ministerie de juiste persoon kan dagvaarden voor de Rechtbank.

Deze mededeling van gegevens dient verplicht binnen de 15 dagen na de vraag tot inlichtingen van het Openbaar Ministerie te gebeuren.

In dit specifiek dossier beging een voertuig van de leasingmaatschappij een snelheidsovertreding. De bestuurder werd niet geïdentificeerd, enkel de kentekenplaat van het voertuig werd tijdens de controle vastgesteld.

Sancties 

De leasingmaatschappij riskeerde een geldboete van minimum 500,00 euro (x8 opdeciemen). Gezien zij reeds eerdere veroordelingen had en zich op vlak van een inbreuk op artikel 67ter in staat van herhaling bevond, werd de minimum geldboete verdubbeld tot 1.000,00 euro (x8).

Het Openbaar Ministerie vorderde een zeer zware toepassing van de strafwet, zijnde een geldboete van 2.000,00 euro (x8= 16.000,00 euro).

Ter zitting kon Mr. Charlotte MARIVOET schriftelijk bewijs voorleggen dat de leasingmaatschappij wel degelijk binnen de 15 dagen een brief had verzonden naar het Openbaar Ministerie met alle gegevens van de bestuurder.

De leasingmaatschappij voldeed dus aan alle wettelijke verplichtingen en reageerde binnen de termijn.
Er kwam protest van de zijde van het Openbaar Ministerie. Zij voerden aan dat ze de brief met gegevens niet aangekregen hadden en beargumenteerden dat ze ook niet objectief konden nagaan of de leasingmaatschappij de brief wel op de beweerdelijke datum had verzonden.

De brief was verzonden via de post en niet aangetekend, wat een definitieve vaststelling van de datum van verzending onmogelijk maakt.

Vrijspraak

Ter zitting besloot de Politierechter te Vilvoorde terecht dat de wet niet vereist dat de informatie aangetekend wordt verzonden en een brief per post dus voldoende is om u in regel te stellen.

De Politierechter sprak de leasingmaatschappij vrij omdat voldoende bewijs voorlag dat zij binnen de termijn van 15 dagen had gereageerd zoals vereist door de wet.

Mr. MARIVOET behaalde met succes de vrijspraak.

30 juli 2020